Wat houdt trimmen in?

Trimmen is in eerste plaats het verwijderen van de dode (oude) vacht en het ontdoen 
van overtollige haargroei waar de hond last van kan hebben.
Er zijn verschillende trimtechnieken om dit te kunnen doen.
Trimtechnieken worden ook wel gebruikt om de vacht te modelleren.
Afhankelijk van de vacht van de hond worden de volgende trimtechnieken gebruikt:
scheren, knippen, effileren, uitdunnen, kammen en/of borstelen, plukken, strippen, ontklitten,
ontwollen en wassen welke we hieronder verder uitleggen.

Scheren, knippen en effileren:

Bij de trimtechniek scheren, knippen en effileren wordt het haar alleen ingekort op de benodigde
of gewenste lengte. De haarwortel blijft hierbij in de huid zitten. Het verschil tussen knippen/effileren
en scheren is de lengte van de vacht die blijft staan. Poedels, Maltezers, Yorkshire, Shi tzu’s en honden
met hetzelfde vachttype worden geschoren en/of geknipt in ieder gewenst model. Voor het scheren wordt een
speciale hondentondeuse met verwisselbare scheerkoppen gebruikt. Hiermee kan in verschillende haarlengte,
variërend van 1mm tot 19 mm, worden geschoren. Voor het knippen worden rechte scharen gebruikt en voor het
effileren, de effileerschaar welke er 1 tandig en dubbel tandig zijn. Poedels worden met de rechte schaar
geknipt en bij honden zoals o.a de Yorkshire terrier en Maltezer wordt de vacht ingekort met de effileerschaar
waarmee het zogeheten puppymodel ontstaat. Afhankelijk van de vacht en gewenste lengte wordt gekozen voor
knippen of scheren, vaak wordt ook een combinatie van beide gebruikt.
Over het algemeen komen honden met deze vacht 4 tot 8 maal per jaar in de trimsalon.

Uitdunnen:
 
Het uitdunnen of effileren (niet te vergelijken met het effileren zoals bij scheren, knippen,
effileren staat beschreven) wordt gebruikt bij het ontdoen en modelleren van overtollige, meestal voor de hond
hinderlijke, haar. Deze trimtechniek wordt het meest gebruikt bij Spaniels en spanielachtige vachten. Spaniels,
Setters, Retrievers etc. worden waar mogelijk uitgeplukt en verder met speciale getande schaar (effileerschaar)
uitgedund en gemodelleerd. Deze honden komen zo’n 4 tot 6 maal per jaar in de trimsalon.

Plukken:

De meeste terrierrassen en alle ruwharige rassen worden geplukt. Plukken betekend dat de bovenste dode haarlaag
met wortel, met de hand of met een trimmes, geheel verwijderd wordt. Hierdoor krijgt de nieuwe vacht alle ruimte
om optimaal te ontwikkelen. Na een goede plukbeurt, waarbij de bovenste laag verwijderd wordt, blijft de
onderste laag (ondervacht) staan.

Wanneer het plukken van de hond wordt nagelaten, dan is het risico dat de hond jeukklachten krijgt,
zich gaat stukbijten en dat het naar de dierenarts moet. Een plukvacht kan alleen geplukt worden als
deze ‘rijp’is, dit gebeurd 2 maal per jaar. Bij twijfel of dit het geval is kun je vaak even tussendoor in de
trimsalon laten checken of de vacht al plukrijp is. Als de vacht plukrijp is dan is plukken niet pijnlijk.
Honden waarderen het juist vaak, zo blijkt in de praktijk, doordat ze van de hindelijke, jeukende vacht worden
afgeholpen. Plukken is de meest natuurlijke wijze van vachtverwisseling. De pluktechniek wordt in principe
gebruikt bij ruw en ruigharige honden, maar kan vrijwel bij alle honden met een gelaagde vacht en blokverharing
worden gebruikt, ook als de bovenvacht zacht is.

Strippen:
 
In plaats van 2 x per jaar de hond te laten plukken, waarbij de ondervacht blijft staan,
is het mogelijk om een hond 3 à 4 keer per jaar te laten “plukken” waarbij de hond een kortere hardere bovenvacht
krijgt. Deze trimtechniek wordt strippen genoemd. De vacht wordt hierbij kunstmatig verdeeld in meerdere lagen,
de lagen hebben dan een verschillende haarleeftijd. 
Telkens wordt de buitenste laag eraf gehaald en dan zit daar weer een nieuwe jongere laag onder. 
Als de volgende laag dan weer 6 à 8 maanden oud is dan zit daar weer een jongelaag van 3 à 4 maanden onder. 
Zo wisselt het steeds elkaar af. Voordeel van strippen is dat de hond er altijd
verzorgt bij loopt en beter in model blijft.

Wassen:
 
Er wordt vaak beweerd dat een hond niet gewassen hoeft te worden, maar dit is zeker niet waar want iedere
(soort) hond wordt vuil. Zand, stof, uitlaatgassen, huidschilfers enz hechten zich aan de vacht en de huid
waardoor de vacht vies ruikt en er niet mooi uitziet. 
Daarnaast wordt er ook wel eens beweerd dat wassen niet goed zou zijn voor de vacht/huid. Dit is zeker zo als 
nietde juiste producten worden gebruikt. 
Daarvoor is de hondenshampoo ontwikkeld, deze zijn specifiek afgestemd op de PH waarde van de huid van de hond.
Mensen shampoo  (ook babyshampoo) heeft vaak een sterk ontvettende werking welke de natuurlijke vetlaag, die de
huid van de hond beschermd, helemaal afbreekt. Wassen is tevens belangrijk omdat een vervuilde huid een oorzaak
kan zijn van jeuk en/of huiduitslag. Het wassen van honden geeft als extra voordeel dat het de verharing bij een
ruiperiode versnelt. Door het wassen gaan de haarzakjes open en worden dode haren sneller losgelaten.
Na een goede wasbeurt dient de hond wel geföhnd en grondig geborsteld te worden om verklitten tegen te gaan.
Het borstelen helpt ook bij de verharing.

Tijdens een trimbeurt worden de meeste honden ook gewassen, maar er zijn ook honden die alleen specifiek
voor het wassen komen zoals o.a. kortharige honden. Ook kan het zijn dat de hond om medische redenen een
paar keer per week gewassen moet worden. In beide gevallen is een bezoek aan de trimsalon erg praktisch,
u hoeft dan thuis niet de hele badkamer te gaan poetsen als u de hond gewassen heeft 🙂

Tijdens een ruiperiode komen veel honden voor een was, borstel en ontwolbeurt naar de trimsalon.

Borstelen, Kammen, Ontklitten, Ontwollen:
 
Elke hond moet geborsteld en/of gekamd worden. Gebeurd dit niet dan gaat de vacht meestal klitten.
Honden komen voor een extra goede kam en/of borstelbeurt naar de trimsalon waarbij ook alle klitten verwijderd
worden.

Met ontwollen wordt met een ontwolkam/hark de onderwol tussen het dekhaar uitgehaald, maar waarbij tevens alle
loszittende dekharen meekomen. De ontwoltechniek mag alleen toegepast worden als de hond duidelijk in de
ruiperiodezit en het grotendeel van de vacht uit dode haren bestaat. Ga je de ontwoltechniek in een andere fase
van de cyclus toepassen dan veroorzaak je een overborstelingseffect. Met de ontwoltechniek wordt de rui versnelt
en is de hond dus ook sneller door een ruiperiode heen, dit kan al dan niet in combinatie met een wasbeurt.

Als laatste nog:
 
Voor iedere hond is een regelmatig bezoek aan de trimsalon aan te raden!

Ook kortharige en rasloze honden kunnen enorm verharen, waarbij u zelf veel voordeel ervaart als u de hond in
de trimsalon laat behandelen.

Veel mensen denken dat trimmen in de winter te koud is voor een hond, maar juist de regelmaat van trimmen
zorgt ervoor dat de hond hier geheel aan wendt. Honden hebben meer last van vocht dan van kou en daarbij zijn
de meeste honden in de winter grotendeels van de tijd binnen bij de verwarming. Als ze naar buiten gaan zijn
ze in beweging waardoor ze niet veel ervaren van de kou. Langer haar blijft langer nat. Echter kan het haar van
de hond wel iets langer worden gelaten dan in de zomer. Het regelmatig naar de trimsalon brengen van de hond
zorgt er ook voor dat te lange nagels geknipt worden, oren schoongemaakt worden, teken en vlooien
verwijderd wordenen verstopte anaalklieren behandeld worden aangezien dit allemaal bij een trimbeurt hoort.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s